Fly free

Ik voel je in de zonnestralen
In de warmte op mijn rug
Ik voel dat je over ons heen straalt
Dat je nu vrij mag zijn

Ik zie je in de bloemen
De tulpen zijn voor jou
Zo sterk, maar zo kwetsbaar
Symbolisch voor alles
wat veel te lang stilstond

Het is genoeg
Eindeloze stilte na een eindeloze storm
Lieve jij,
Vlieg maar vrij

Losgelaten

Advertenties

Niets persoonlijks

Ik zit altijd op dezelfde plek in de metro. Altijd aan de rechterkant, links op het bankje. In Amsterdam moet je tegenover elkaar zitten, wat ik zeer ongemakkelijk vind. Dus daarom ga ik altijd op dat plekje zitten waar het bankje eindigt, omdat je dan kunt leunen tegen het tussenschot en zo toch het gevoel hebt vooruit te gaan, in plaats van naar rechts.
Soms is die plek bezet, maar ik houd hem in de gaten. Ik ben er dan ook als eerste bij als hij vrijkomt.
Wat ik toch erg moeilijk vind, is dat ik de persoon naast mij dan in de steek laat. Niet dat ik zo veel om deze onbekende ben gaan geven in de tien minuten dat ik ernaast zat, maar het is meer dat ik bang ben dat de persoon denkt dat ik hem irritant vind. Dat ik daarom ergens anders ga zitten.
Ik weet dan niet hoe ik me moet voortbewegen naar mijn favoriete vaste plek. Als ik de persoon niet aankijk, komt het misschien over alsof ik hem écht vervelend vind. En als ik diegene wel een blik geef, weet ik al helemaal niet hoe ik moet kijken. Mijn neutrale blik schijnt niet heel vrolijk te zijn, dus dat is al geen optie.
Maar als ik lach, lijkt het dan niet alsof ik zeg “ha, ik zit nu lekker ergens anders! Niet meer naast jou!”?
En dan de manier waarop ik naar het bankje toeloop. Als ik dat vlug doe, voelt het voor de persoon misschien wel alsof ik voor hem wegren. Dat is gewoonweg gemeen.
Alleen gaat iemand anders misschien wel snel op mijn plek zitten als ik te langzaam doe. Ik heb namelijk het idee dat iedereen het wel een fijne plek vindt.
Moet ik het misschien zeggen de volgende keer? “Hé, het is niets persoonlijks, maar ik wil toch liever op die plek daar zitten.” Dat is dan ook weer gek en maakt het nog verdachter…

Bij dezen: als ik ooit naast je zit in de metro en ineens wegloop, dan ligt het niet aan het feit dat je misschien niet lekker ruikt.

Dansende gedachten

Geaard, aarde, aardig
Merkwaardig is het

Dat ik mijn schoenen niet pas
Maar toch door kan dansen
Zolang ik er niet op let

Ik wil niet stilstaan
Zolang ik door blijf rennen
Mijn gevoelens blijf ontkennen
Dan kan ik het aan, kan ik gewoon doorgaan

Stillen, gestild, stil
Stilte

De stilte is zo luid
Schreeuwende gedachten
Gewoon doen wat ze verwachten

Maar hoe kom ik ooit vooruit
Als ik mezelf zo opsluit, afsluit?
Mijn voeten doen zo’n pijn
Van de schoenen die niet van mij zijn

De schoenen rennen weg
Laten mij achter met vragen
Die ik zonder grond niet kan verdragen
Ik kan niet leven zonder uitleg

Ik ben een kameleon
En zonder schoenen ben ik naakt
Sta ik kwetsbaar, pijnlijk onvolmaakt
Mezelf zijn is iets wat nooit kon

Kan ik jou mij laten begrijpen
Zonder definitie van begrip?
En wil je mij even knijpen
Als ik de werkelijkheid uitglip?

Mag ik mijn schoenen aanhouden
Als ik beloof te blijven staan?
De kleuren even vasthouden
Tot ik mijn gevoel durf aan te gaan?

Morgen is een nieuwe dag
Er komt altijd een nieuwe week
Bedankt dat je me vandaag zag
En even door me heen keek

Realistisch pessimistisch

In de auto onderweg naar Walibi World vroeg mijn moeder hoe veel zin ik erin had, of ik al iets voelde van de voorpret. Kennelijk verraadde mijn blik dat we voor mijn part net zo goed thuis hadden kunnen blijven.

Dit voorval speelde zich zo’n 10 jaar geleden af, maar nog altijd beleef ik geen voorpret. Ik kan mij herinneren dat ik haar zei liever niets te verwachten, zodat het niet tegenvalt en het alleen maar mee kan vallen. Ze vond dit pessimistisch klinken. Ik noem het liever realistisch.

Mijn psycholoog vertelde mij ooit over een theorie over depressie: depressieve mensen zijn geneigd realistischere inschattingen te maken dan “gezonde” mensen. Wanneer je naar je werk gaat, verwacht je dat je daar heelhuids aankomt – hopelijk op tijd. Wanneer je depressief bent, zie je alles wat somberder in en ga je er niet automatisch van uit dat alles verloopt zoals het hoort te verlopen. Je kunt zo ineens autopech hebben, bijvoorbeeld.

Ik wil depressies hiermee niet mooier maken dan ze zijn, want dat zijn ze niet, geloof me, maar ik denk wel dat we allemaal wat realistischer zouden moeten zijn. Er ís nou eenmaal geen zekerheid. En ik verwacht liever niets als ik geen zekerheid heb.

Verwachtingen staan voor mij veel te vast. Ze voelen star en beangstigen mij. Proberen wij niet altijd te voldoen aan ieders verwachtingen, terwijl we weten dat deze niet altijd kloppend zijn?

Misschien neem ik het woord “verwachtingen” ook wel te letterlijk. Naar mijn idee horen verwachtingen overeen te komen met de werkelijkheid. Dat is een verkeerde gedachte. Een verwachting is over het algemeen subjectief; de realiteit niet (hoewel mijn mening daarover ook kan verschillen).

Verwachtingen staan ook niet gelijk aan hoop. Ik heb heel veel hoop. Als ik wakker word, hoop ik dat het vroeg is, zodat ik mij nog een keer om kan draaien. Als ik tijdens het koken een nieuw recept uitprobeer, hoop ik dat het lukt en het in de smaak valt. Als ik mijn beschikbaarheid doorgeef aan mijn werk, hoop ik dat ik ingepland word op precies diezelfde uren.

Ik hoop op een mooi nieuw jaar voor iedereen; dat 2018 goed mag zijn.

Ik verwacht het echter niet. Dan kan het alleen maar meevallen.

Kriebels

Ik vind het altijd een beetje gek klinken als mensen zeggen dat ‘het begon te kriebelen‘. Daar krijg ik jeuk van.

Maar toch: het begon te kriebelen. Die duizenden gedachten die tegelijkertijd door mijn hoofd schieten, vooral op de momenten dat ik daar echt geen zin in heb, moeten eruit. Ik heb een ‘uitlaatklep’ nodig, want ook Ritalin is geen wondermiddel.

Waar ik over wil schrijven, weet ik nog niet precies, maar dát ik wil schrijven, is een feit. Het gebeurt mij de laatste tijd te vaak dat ik denk ‘hier moet ik over schrijven’, dat ik ergens over wil vertellen en benieuwd ben naar hoe anderen erover denken.

Ik houd van spelen met taal (en vooral van alliteratie, gezien de titel) en wil graag wat van mijn schrijfsels met jullie delen.

Alvast een waarschuwing vooraf: het zal niet altijd leuk zijn. Ik heb liever pijn dan jeuk.